| Pecel | pecel zelf maken
Pecel (of petjel) is een frisse Javaanse salade met beetgaar gekookte groenten en een pittige pindasaus, vaak gegeten met rijst of lontong.
Kook sperziebonen, taugé, spitskool en spinazie kort, en meng ze met een saus van gemalen pinda's, knoflook, sambal, kencur (aromatische gember), palmsuiker, trassi en citroensap.
Ingrediënten voor Pecel (4 personen)
De Groenten (variabel):
200 g sperziebonen of kousenband
200 g spitskool of witte kool, in dunne repen
150 g taugé
200 g verse spinazie of kangkung (waterspinazie)
1 komkommer, in halve maantjes
Optioneel: Hardgekookte eieren, gebakken tofu/tempeh
Eetspiratie
De Saus (zelf maken):
100-150 g pinda's (geroosterd/gebakken)
1-2 teentjes knoflook, gebakken
1-2 tl sambal oelek (naar smaak)
0,5 - 1 tl kencur (gemalen kentjoer)
1-2 tl palmsuiker (gula djawa)
1 tl tamarindesap (asam) of citroensap
1 tl trassi (optioneel)
Warm water (om te verdunnen)
Zout naar smaak
Garnering:
Kroepoek/Emping
Gebakken uitjes | Bereidingswijze:
Saus maken:
Maal de geroosterde pinda's met de knoflook, sambal, kencur, trassi, palmsuiker en tamarinde tot een dikke pasta (met een vijzel of keukenmachine).
Meng er geleidelijk warm water door tot het een dikke, smeuïge saus wordt.
Groenten blancheren:
Kook de boontjes, kool en spinazie elk apart 2-3 minuten in kokend water tot ze beetgaar zijn.
De groenten moeten nog knapperig zijn.
Taugé:
Overgiet de taugé in een vergiet met kokend water en spoel direct af met koud water om het knapperig te houden.
Samenstellen:
Meng de afgekoelde (of lauwe) groenten door elkaar.
Serveren:
Verdeel de groenten over borden en overgiet met de pindasaus. Garneer met gebakken uitjes en emping.
Selamat makan.... |  |